parende scheelbloemwitjes Voor sommigen onder ons, is het soms moeilijk om de witjes onder de dagvlinders uit elkaar te houden. Deze vlinders fladderen in elke tuin rond, maar zitten zelden stil. Als ze eindelijk rusten, sluiten ze hun vleugels. Ik doopte coronatijd om in witjestijd om ze juist te kunnen benoemen, koste wat het kost. Het lukte me ook met enige moeite: het geaderd witje, het klein koolwitje en het groot koolwitje. Maar dan verscheen op 2 mei het scheefbloemwitje in onze tuin. Twaalf dagen later zelfs een parend koppeltje.
Groot was mijn verbazing toen admin en vlinderspecialist Pieter Vantieghem liet weten dat het om een witjessoort ging die zeer zeldzaam is in onze streken. Lap! Weer een witje erbij, het wordt er niet simpeler op ...

Waar komen ze vandaan?

Het scheefbloemwitje kwam voordien alleen voor op kale kalkrotsen in Zwitserland en plotseling breidden ze hun leefgebied uit. Men vermoedt dat hete, droge zomers met verdroogde waardplanten ertoe geleid hebben dat ze elders op zoek moesten naar geschikte planten. Pieter Vantieghem vond de vlinder op 27 september 2015 in Maastricht. In 2008 werd het scheefbloemwitje al gevonden in het uiterste zuidwesten van Duitsland en ook in noordoost Frankrijk. In Vlaanderen kwam de eerste melding in 2016 uit de Voerstreek.


Hoe kan je ze herkennen?

Het scheefbloemwitje lijkt enorm op het klein koolwitje. Het onderscheid zit hem vooral in de zwarte vlek aan de vleugelpunt. Bij het scheefbloemwitje loopt die vlek verder naar beneden. De zwarte stip in het midden van de vleugel is forser, rechthoekig en vaak wat hol ook. Ook de bovenkant van de vleugel is meer afgerond.

Een gedachtelijntje tussen de bovenkant van de middenvlek en de onderkant van de puntvlek loopt min of meer recht, terwijl die schuin loop bij het groot en klein koolwitje (stippellijn op foto).

scheelbloemwitje

Op welke planten kan je ze aantreffen?

Ze bezoeken het liefst planten van de kruisbloemfamilie, met name scheefbloemsoorten (vandaar de naam), herik en witte mosterd. Maar in onze tuin zaten ze op madeliefje, wilde akelei, skimmia, hebe, tuinjudaspenning, hulst en zachte ooievaarsbek. Op waarnemingen.be werden ze ook gemeld op robertskruid, vlinderstruik, verbena en herfstaster. Deze witjes vliegen van maart tot oktober, dus ga zeker op zoek in je tuin of natuurgebied dichtbij. Maak ook foto's want misschien vind jij wel het eerste exemplaar in jouw buurt. Ze overwinteren als pop.

Tekst en foto’s: Marita Van der Gucht

Deel deze pagina via:
Inschrijven nieuwsbrief
Mis geen activiteit, blijf op de hoogte van het laatste nieuws en ontvang onze nieuwsbrief Het Oranjetipje
captcha 
Vul in het laatste veld de 3 blauwe tekens in.
Lees hier hoe wij jouw privacy respecteren.
Werken in én voor de natuur? Vervoeg je bij andere vrijwilligers van onze beheerteams en schrijf je hieronder in. Dan verwittigen we je wanneer we op het veld gaan werken.
captcha 
Vul in het laatste veld de 3 blauwe tekens in.
Lees hier hoe wij jouw privacy respecteren.