Toen Bert Andries, samen met andere enthousiaste natuurbeschermers, in 1993 de basis legde voor een plaatselijke afdeling van het toenmalige Natuurreservaten en besloot te starten met de gemeenten Mortsel, Hove en Boechout-Vremde, zag hij zich geconfronteerd met het probleem dit 'kind' een naam te geven. Iemand suggereerde "Land van Reyen". Zo zou deze streek immers vroeger nog geheten hebben. Later begreep men dat men misschien toch iets te hoog (of liever: te ver) gegrepen had: het oude Land van Reyen (ook geschreven als 'Ryen') zou bijna helemaal tot Nederland gereikt hebben!

Enkel archiefkasten en uren leeswerk verder is de mist over de geschiedenis van het Land van Ryen nog niet helemaal opgetrokken. Heel wat geschiedkundigen hebben zich in de oorsprong van de naam verdiept en konden alleen maar hypothesen formuleren. Even alles op een rijtje zetten.

Eén zaak blijkt vrij zeker te zijn: het Land van Ryen is geen oude Gallo-Romeinse of Keltische 'pagus'. Dit leiden de wetenschappers af uit het feit dat, bij de afbakening van het gebied, geen rekening werd gehouden met de oude water- of landsgrenzen, de zogenaamde 'Equoranda'.
Een eerste vermoeden is dat de oorsprong van de naam ligt in de oud-Frankische kolonisatie. De Franken, op zoek naar goede landbouwgrond, verschenen in onze gewesten in het midden van de vierde eeuw. Vele actuele namen wijzen trouwens nog op de aanwezigheid van de Franken in 'ons' Land van Ryen: inc en ing wijzen op een Frankische geslachtsnaam (bv. Cantincrode), en het Frankische 'heim"' vinden we bijvoorbeeld terug in Tissingaheim (de latere villa Dieseghem aan Klein-Zwitserland).
Een onderzoek in het familienamenboek van Frans Debrabandere leidt niet naar een persoonsnaam die aan de oorsprong van de naam Reyen kan liggen. Rijkaard, Rijkert of Ricquard komen bijvoorbeeld niet in aanmerking omwille van de 'k': die letter verdwijnt nu eenmaal niet zo makkelijk tussen twee klinkers in een woord. Ook de persoonsnamen Ryne, Reinier of Reynaerd komen om dezelfde reden (ook de letter 'n' is hardnekkig) niet in aanmerking.


Een toponiem Ryen moeten we blijkbaar evenmin zoeken. Toponymische woordenboeken als die van Karel De Flou of van Gysseling laten ons volledig in de steek.
De meest waarschijnlijke hypothese vertelt dat Land van Ryen - pagus renensium - eenvoudigweg 'land der reingenooten, der grensgenooten' betekent. En daarmee bedoelt men een land ter verdediging van het Frankische gebied tegen de Friezen. Verder etymologisch onderzoek brengt ons nog bij 'reinsteen' of grenssteen, 'reinwilg' en 'reinvaar', waarbij 'rein' verwijst naar een verhoogde zoom als grens of berm. Volgens het WNT (1955) betekent 'reen' alleen maar de afscheiding, een hek, een weg tussen akkers of landerijen, dus geen grenzen tussen graafschappen of stedelijke gebieden.
In het middelnederlands tenslotte betekende het woord 'ride' een natuurlijke waterloop, ontstaan door bijvoorbeeld een bron. Ook nu bestaat in Brabant nog het woord 'rijt' in de betekenis van kleine, natuurlijke waterloop. Je vindt 'rijt' ook nog terug in vele plaatsnamen. Denk maar aan Gilze-Rijen (bij Breda), de Ryen bij Moerkerke of de Rijtgracht bij Kortrijk. In Friesland ligt nog een plaatsje Rien, wat 'waterloop' of 'grens' betekent. Wat leert dit alles ons nu over het "Land van Ryen"? Een verdere zoektocht doorheen de eeuwen maakt duidelijk dat het inderdaad niet gaat om een territoriaal afgebakend gebied, maar om een bestuurlijke entiteit, om een rechtsgebied. En van dit gebied zijn de grenzen gedurende de eeuwen veranderd.


Geen duidelijkheid

Een eerste bron van verwarring: er zijn tijdelijk twee "Landen van Ryen" geweest!
Een sprong in de tijd schept meer duidelijkheid. Toen Lodewijk van Male de Hertog van Brabant versloeg in 1357, werd Antwerpen bij Vlaanderen geannexeerd en dus losgemaakt van het Hertogdom Brabant. Herentals, behorend tot het Hertogdom Brabant, werd de hoofdplaats van het nieuwe markgraafschap Herentals of Land van Ryen en was onderverdeeld in 'Herenthals, Sandhoven, Contich en Lierre'. Bij 'Contich' hoorden onder andere Kontich, Mortsel, een deel van Boechout en Hove. Een speurtocht in het markgraafschap Herentals leidt ons onder andere naar Waarloos en Vremde.
Maar ook Lodewijk van Male en Philips de Schone spraken van 'notre terre de Ryen'- in Vlaanderen weliswaar.
Ongeveer en halve eeuw later kwam Antwerpen terug onder Brabantse souvereiniteit en verkreeg opnieuw haar status als hoofdplaats. De schout van Antwerpen werd dan tegelijkertijd markgraaf van Ryen en opperschout over Herentals, Lier, Kontich en Zandhoven. Vanaf de vijftiende eeuw zien we een quasi ongewijzigde bestuursstructuur, die bestaat uit drie niveaus: bovenaan vinden we zes hoofdmeierijen (Leuven, Tienen, 's Hertogenbosch, het ammanschap Brussel, het baljuwschap Waals-Brabant en het markiezaat Anwerpen). Deze worden opgedeeld in kleinere districten, die op hun beurt bestaan uit een aantal dorpen.


Na de Vrede van Munster (1648) werd Antwerpen verdeeld in zeven kleinere kwartieren, met name Arkel, Ryen, Zandhoven, Hoogstraten, Geel, Herentals en Turnhout, die in totaal 118 dorpen groepeerden. Uit de geschriften blijkt een territoriale en bestuurlijke chaos: dorpsgrenzen vielen bijvoorbeeld niet altijd samen met kwartiersgrenzen. Zo werd Kontich tot in de 17e eeuw doorsneden door een grillige kwartiergrens tussen Ryen en Arkel. En sommige kwartieren zoals Hoogstaten en Herentals werden langgerekte gebieden, waardoor sommige dorpen tientallen kilometers ver van de hoofdplaats verwijderd lagen.
Wordt het allemaal iets te complex? Ik bespaar u nog de waslijst aan opsplitsingen en samenvoegingen van landsgedeelten tussen de 10e en de 17e eeuw, de huwelijken, erfenissen en oorlogen, de strijd om titels als hertog, graaf en markies. Wie zijn nieuwsgierigheid naar 'meer' niet kan bedwingen, kan ik sterk 'Antwerpensia 1936' aanbevelen: ik beloof u veel historisch puzzelwerk.


Momentopname

Om de lezer niet helemaal op zijn honger te laten zitten, doe ik toch een poging om één momentopname uit de stoffige geschiedeniswerken naar voren te halen. Het bijgevoegde kaartje toont de Zeven kwartieren van Antwerpen in de 17e en 18e eeuw. (à kaartje in te voegen) Tot het Kwartier Ryen behoorden toen Deurne en Borgerhout, Berchem, Mortsel, Edegem, Wilrijk, Hove, Kontich, Ryen, Boechout, Vremde, Wijnegem, Schilde, Essen, Kalmthout en Wuustwezel.


Spreken over het Kwartier Ryen zonder de bestuursorganen even te belichten, is onmogelijk. Vandaar deze verduidelijking: de hoofdofficier (ook hoofdschout, kwartiersschout of hoofddrossaard genoemd) was de permanente vertegenwoordiger van het centraal gezag. De kwartiersvergadering vormde het overlegorgaan dat de gemeenschappelijke belangen van de plattelandsgemeenten behartigde. Problemen die het kwartiersniveau overstegen werden op de Vergadering der Hoofdofficieren van de Zeven Kwartieren behandeld, die - leuk detail- altijd in een Antwerpse herberg vergaderden.
De schout van Antwerpen was tegelijkertijd markgraaf van het Land van Ryen en sprak bijgevolg recht over ernstige misdaden die in dit gebied plaatsgrepen. De plaatselijke schout van het Land van Ryen trad op als vertegenwoordiger van de markgraaf voor kleinere vergrijpen. Wie dus in het Land van Ryen gevangen genomen werd, werd veroordeeld te Antwerpen, maar na de veroordeling overgeleverd aan de schout van Land van Ryen die het vonnis uitvoerde.


Tenslotte blijft er een zekere wazigheid over de grenzen van het Land van Ryen met bijvoorbeeld het Land van Hoogstraten of de meierij van Zandhoven. Zo worden Ekeren, Brasschaat en Kapellen tot Hoogstraten gerekend, terwijl zij eigenlijk het middenstuk van het Oude Land van Ryen vormden. In de 17e eeuw rekende men tot het Land van Ryen ook nog het westelijke deel van het Land van Arkel en het waterland tot tegen het markiezaat van Bergen-op-Zoom.
In de 18e eeuw tenslotte besloten geografen het grondgebied van Antwerpen aan te duiden als 'markiezaat van het H. Rijk', dus gescheiden van Land van Ryen, wat tegen alle traditie indruiste.
Misschien kan ik eindigen met de wijze woorden van Hendrik de Moye, die op het einde van de 16e eeuw stadssecretaris van Antwerpen was en die schreef "… ik laat het over aan de zoekers…"

Gitta Torfs


Bronnen :

Algemeen Rijksarchief, De gewestelijke en lokale overheidsinstellingen in Brabant en Mechelen tot 1795, Algemeen Rijksarchief Brussel, 2000.

Coppens, H., De zeven kwartieren van Antwerpen - Functie en Werking tijdens de XVIIe en XVIIIe eeuw, lezing.

Dierickx, H., Geschiedenis van Mortsel, De Seizoenen, 1961.

Kerremansn, Ch., Etudes sur les circonscriptions judiciaires et administratives du Brabant et des officiers placés à leur tête par les ducs, Lettres T.XLIV.fasc.2 (1946).

Prims, F., Antwerpiensia 1936 - Losse bijdragen tot de Antwerpse geschiedenis, De Vlijt, 1937.

van Passen, R., Geschiedenis van Wilrijk, Gemeentebestuur van Wilrijk, 1982.

Met dank aan Kris Reymer en Dick Wortel.

Deel dit via:
Inschrijven nieuwsbrief
Mis geen activiteit, blijf op de hoogte van het laatste nieuws en ontvang onze nieuwsbrief Het Oranjetipje
captcha 
Werken in én voor de natuur? Vervoeg je bij andere vrijwilligers van onze beheerteams en schrijf je hieronder in. Dan verwittigen we je wanneer we op het veld gaan werken.
captcha 
Vul in het laatste veld de 3 blauwe tekens in!